Hoe deze rekenhulp rekent
De rekenhulp gebruikt de vuistregel die kitescholen al jaren hanteren: kitemaat in vierkante meters is ongeveer 2,2 keer je gewicht in kilo, gedeeld door de wind in knopen. Een kiter van 80 kg bij 15 knopen komt zo op 2,2 × 80 ÷ 15 = 11,7 m. Daar maken we een bereik van, afgerond op hele meters.
Het is een vuistregel, geen natuurwet. De trekkracht van een kite groeit met het kwadraat van de windsnelheid, maar in de praktijk werkt de eenvoudige regel goed in het gebied waar de meeste kiters varen, tussen 12 en 30 knopen. Hij klopt met de kitemaat-tabel uit de kennisbank van Hanglos.
Twintip, surfboard of foil
Op een twintip geldt de factor 2,2. Een surfboard zonder voetbanden heeft in vlak water iets meer kracht nodig om goed hoogte te lopen, daarom rekenen we daar met 2,3. Een foilboard heeft veel minder kracht nodig: met de factor 1,4 kom je uit op een kite van ongeveer een derde kleiner.
Wat de rekenhulp niet weet
Het type kite telt mee. Een snelle kite met een hoge aspect ratio trekt anders dan een freeride- of wavekite van dezelfde maat. Ook je boardgrootte, je techniek en de vlagen op die dag spelen mee. Twijfel je tussen twee maten, kies dan de kleinere: een te kleine kite geeft een kortere sessie, een te grote kite een gevaarlijke.